ECLI:NL:RBAMS:2011:BP9460
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Ontruiming sociale huurwoning na overlijden huurder wegens ontbreken duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Ymere, eigenaar van een sociale huurwoning, vordert ontruiming van de woning die bewoond wordt door de zoon van de onlangs overleden huurder. De zoon stelt dat hij medehuurder is omdat hij jarenlang bij zijn hulpbehoevende vader woonde en voor hem zorgde, waardoor sprake zou zijn van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat de zoon langer dan tien maanden bij zijn vader heeft gewoond, wat niet voldoet aan het vereiste van een duurzame gemeenschappelijke huishouding zoals bedoeld in artikel 7:267 BW Pro. Uit verklaringen van zorginstellingen blijkt dat de vader sinds maart 2009 niet meer in de woning verbleef en dat de zoon slechts sporadisch op bezoek kwam.
De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn tot 1 april 2011 om de woning te verlaten. Tevens wordt de zoon veroordeeld in de proceskosten en de kosten van eventuele ontruiming door Ymere. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De zoon wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning uiterlijk 1 april 2011 wegens ontbreken van duurzaam gemeenschappelijke huishouding.