ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3583
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verbod op afsteken vuurwerk door Oranjevereniging Weesp vanwege broedende vogels
Verzoekers, waaronder de Nederlandse Vereniging ter Bescherming van Dieren, dienden een verzoek om handhaving in tegen het afsteken van vuurwerk door de Oranjevereniging Weesp op 30 april 2011. Verweerder wees dit verzoek af omdat verzoekers geen machtiging hadden overgelegd en niet als belanghebbenden werden gezien.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder ten onrechte niet inhoudelijk op het verzoek had beslist, mede omdat ter zitting een machtiging was overgelegd. Verzoekers werden daardoor als belanghebbenden aangemerkt en het bezwaar als ontvankelijk beschouwd.
Vast stond dat er broedende vogels nabij het ontbrandingspunt waren en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de effecten van het vuurwerk op deze vogels. Gezien het risico op overtreding van de Flora- en faunawet en het feit dat de Oranjevereniging niet bereid was af te zien van het vuurwerk, werd het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen.
Verweerder werd opgedragen een preventieve last onder dwangsom op te leggen aan de Oranjevereniging om het afsteken van vuurwerk op 30 april en 5 mei 2011 te verbieden. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan verzoekers toegekend.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbood de Oranjevereniging Weesp het afsteken van vuurwerk op 30 april en 5 mei 2011 vanwege bescherming van broedende vogels.