ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3586
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens detournement de pouvoir en onjuiste bevoegdheidsuitoefening
Eiser ontving sinds februari 2007 bijstand en werd op grond van een signaal van de Belastingdienst onderzocht vanwege mogelijke onrechtmatigheid. Verweerder vroeg gegevens op over inkomsten uit arbeid in de periode 1 januari 2008 tot 31 augustus 2009. Eiser leverde niet alle gevraagde gegevens tijdig aan, waarop verweerder de bijstand introk per 18 mei 2010.
Eiser stelde dat verweerder zijn bevoegdheid onrechtmatig had gebruikt (detournement de pouvoir) door zich te richten op een afgesloten periode in het verleden, terwijl het recht op bijstand op datum intrekking wel bestond. De rechtbank oordeelde dat verweerder de gegevens niet kon gebruiken voor de voortzetting van bijstand vanaf 18 mei 2010, maar alleen voor terugvordering over het verleden, waarvoor andere wettelijke grondslagen gelden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van intrekking. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van juiste bevoegdheidsuitoefening en het verbod op oneigenlijk gebruik van bestuursbevoegdheden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens oneigenlijk gebruik van bevoegdheid.