ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3598
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag Dutch Jazz Orchestra wegens onvoldoende zichtbaarheid en artistieke betekenis
De Stichting Dutch Jazz Orchestra heeft bij het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ een subsidieaanvraag ingediend voor de Deelregeling vierjarige subsidies Podiumkunstinstellingen 2009-2012. Deze aanvraag is door de adviescommissie Muziek negatief beoordeeld vanwege onvoldoende onderscheidende betekenis en zichtbaarheid in het Nederlandse podiumkunstenbestel. Het bestuur van het Fonds heeft op basis van dit advies de subsidieaanvraag afgewezen en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres stelde dat sprake was van belangenverstrengeling bij de advisering, omdat een lid van de adviescommissie betrokken was bij andere aanvragers. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor een schijn van belangenverstrengeling en dat de situatie niet vergelijkbaar was met eerdere jurisprudentie. Tevens faalde het betoog dat eiseres ten onrechte als producerende podiumkunstinstelling was aangemerkt in plaats van onderzoeksinstituut.
De rechtbank bevestigde dat de adviescommissie de onderzoeksactiviteiten van eiseres wel degelijk had betrokken bij haar beoordeling, maar vond het beleidsplan onvoldoende onderbouwd en de plannen om zichtbaarheid te vergroten teleurstellend. Ook het bezwaar dat het aantal concerten niet als criterium was opgenomen, werd verworpen omdat de beoordeling integraal plaatsvond op basis van beleidsplan, eerdere activiteiten en artistieke kwaliteit.
Verder oordeelde de rechtbank dat het jong-talent orkest dat eiseres wilde oprichten de status van het Dutch Jazz Orchestra niet versterkte, maar juist ondermijnde. Ten slotte werd het bezwaar afgewezen dat eiseres niet in de gelegenheid was gesteld haar aanvraag toe te lichten, omdat het tendersysteem geen aanvulling van beleidsplannen toestaat.
De rechtbank concludeerde dat het advies zorgvuldig tot stand was gekomen en voldoende gemotiveerd was, zodat de afwijzing van de subsidieaanvraag rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Dutch Jazz Orchestra tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.