ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3610
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijk huisverbod wegens onzorgvuldige belangenafweging en onvoldoende feitenonderzoek
De man kreeg op 25 januari 2011 een tijdelijk huisverbod opgelegd na een geweldsincident met zijn dochter in hun gezamenlijke woning. De dochter deed aangifte van mishandeling en vertoonde zichtbaar letsel, waarna de man werd aangehouden. De hulpofficier van justitie besloot op basis van een risicotaxatie een huisverbod op te leggen.
De man stelde dat hij het slachtoffer was en handelde uit noodweer. De rechter constateerde dat verweerder nagelaten had een aanwezige derde als getuige te horen, waardoor de feitelijke toedracht onduidelijk bleef. Tevens ontbrak een evenwichtige belangenafweging, waarbij onder meer het huurderschap van de man en de woonomstandigheden van de dochter niet waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod onzorgvuldig was voorbereid en in strijd met de artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het besluit werd vernietigd, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en verweerder veroordeeld in de proceskosten van €1.311. De rechter wees erop dat het doel van het huisverbod op andere wijze bereikt had kunnen worden, gezien de beschikbare woonruimte voor de dochter elders.
Uitkomst: Het tijdelijk huisverbod wordt vernietigd wegens onzorgvuldige feitenvaststelling en onvoldoende belangenafweging.