ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3726
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verstrekking van minuut beschikking op grond van WOB en Wbp afgewezen wegens onvoldoende motivering
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om toezending van de minuut van een beschikking die op hem betrekking had. Verweerder weigerde dit verzoek met het argument dat het belang van ongestoorde gedachtewisseling onder ambtenaren zwaarder zou wegen dan het recht van eiser op inzage. De rechtbank heeft vastgesteld dat in de minuut persoonsgegevens van eiser zijn opgenomen en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van gedachtewisseling een uitzondering op het inzagerecht rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat het belang van ongestoorde gedachtewisseling geen gewichtig belang is in de zin van artikel 43 Wbp Pro dat het recht op inzage kan beperken. Tevens heeft verweerder onvoldoende aangetoond dat de brief van 20 augustus 2009 voldeed aan de verplichting om een volledig overzicht te geven van de persoonsgegevens en de herkomst daarvan. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen waarin ook de bezwaren tegen het Wob-verzoek worden betrokken.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter P.H.A. Knol en griffier R.M. Wiersma op 9 maart 2011. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.