ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4733
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verbiedt publicatie portret en achternaam van veroordeelde Iraakse moordenaar
De zaak betreft een Iraakse asielzoeker, veroordeeld in 1993 voor betrokkenheid bij een gruwelijke eerwraakmoord, die na het uitzitten van zijn straf in Nederland verblijft en een verblijfsvergunning heeft verkregen vanwege zijn minderjarige dochter. De Telegraaf publiceerde herhaaldelijk artikelen met zijn volledige naam, portret en privégegevens, wat volgens eiser [A] een voortdurende aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer betekent en zijn resocialisatie belemmert.
De rechtbank weegt het recht op vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf af tegen het belang van [A] bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en resocialisatie. Hoewel het maatschappelijk belang van de berichtgeving wordt erkend, oordeelt de rechtbank dat het gebruik van het portret en de volledige achternaam een te vergaande inbreuk vormt, mede omdat het debat zich richt op het vreemdelingenbeleid en niet op het misdrijf zelf.
De rechtbank bepaalt dat De Telegraaf het portret en de achternaam van [A] niet mag publiceren gedurende de procedure, met een dwangsom bij overtreding. Het gebruik van de voornaam wordt toegestaan, mede omdat deze al algemeen bekend is en het gebruik ervan minder ingrijpend is voor de persoonlijke levenssfeer. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt De Telegraaf het portret en de achternaam van [A] te publiceren gedurende de procedure met een dwangsom bij overtreding.