ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ6408
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- J.A.J. Peeters
- J.J. Bade
- C.P.E. Meewisse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechtbank wegens vermeende vooringenomenheid in zedenzaken
Verzoeker, verdachte in een zedenzakencomplex, vreesde dat de rechtbank hem een grotere rol toedichtte dan uit het dossier bleek, mede vanwege de strafzaak tegen zijn echtgenoot. Hij stelde dat de benoeming van deskundigen en het toevoegen van een rapport aan het dossier indicaties waren voor vooringenomenheid.
De rechtbank en het openbaar ministerie betoogden dat de beslissingen gemotiveerd en wettelijk waren, en dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was en ontvankelijk, maar dat de vermeende aanwijzingen voor vooringenomenheid onvoldoende waren. De beslissingen van de rechtbank konden ook anders worden verklaard dan door vooringenomenheid.
De wrakingskamer benadrukte dat het wrakingsinstrument niet bedoeld is om de juistheid van beslissingen te toetsen, maar alleen om objectieve schijn van partijdigheid te beoordelen. De zaak wordt voortgezet in de stand van de procedure ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.