ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7116
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt gezamenlijke huishouding en herroept intrekking bijstand over 2004-2006
Eisers, die een gezamenlijke huishouding voerden en een kind hebben, ontvingen bijstand en een persoonsgebonden budget (PGB). Na een onderzoek door de sociale recherche stelde de gemeente Naarden vast dat eisers vanaf 1 april 2004 tot 26 oktober 2009 gezamenlijk woonden zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand en PGB.
De rechtbank oordeelde dat voor de periode 1 april 2004 tot 1 april 2006 onvoldoende bewijs was dat eiser zijn hoofdverblijf bij eiseres had, waardoor de intrekking van bijstand over die periode werd herroepen. Voor de periode van 1 april 2006 tot 18 september 2009 werd vastgesteld dat sprake was van gezamenlijke huishouding, waardoor de intrekking en terugvordering van bijstand en PGB terecht waren.
De rechtbank bevestigde dat de intrekking en terugvordering van bijstand over de latere periode rechtsgeldig waren en wees verzoeken om schadevergoeding af. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers. Het beroep tegen de intrekking van het PGB werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank herroept de intrekking van bijstand over 2004-2006 en bevestigt intrekking en terugvordering over latere perioden.