ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7784
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen oplegging en verlenging tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
De man, zonder vaste woonplaats, verbleef incidenteel samen met de vrouw in een woning waar op 30 juni 2010 een ernstig geweldsincident plaatsvond. De politie werd ingeschakeld en de man werd aangehouden wegens mishandeling. Op grond van deze feiten en eerdere meldingen van huiselijk geweld, gecombineerd met signalen van alcohol- en drugsgebruik, legde de burgemeester een tijdelijk huisverbod op, dat later werd verlengd.
De man stelde beroep in tegen deze besluiten en voerde onder meer aan dat het huisverbod onzorgvuldig was voorbereid, dat hij het bord met eten had misgegooid en dat het besluit onevenredig was. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was vanwege het belang van de man bij vernietiging van de besluiten, maar dat de feiten en omstandigheden het huisverbod rechtvaardig maakten.
De rechtbank concludeerde dat het ernstige en onmiddellijke gevaar voor de vrouw op 1 juli 2010 bestond en dat dit gevaar op 9 juli 2010 nog niet was verdwenen, mede doordat de man onvoldoende meewerkte aan hulpverlening. De belangenafweging was niet onevenredig, waarbij het belang van de vrouw bij veiligheid zwaarder woog dan het belang van de man bij vrij gebruik van de woning.
Daarmee verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde het huisverbod en de verlenging daarvan. Het feit dat er een strafzaak tegen de man loopt, werd niet als relevant belang voor het bestuursrechtelijk besluit beschouwd.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod en de verlenging daarvan wordt ongegrond verklaard.