ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9867
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering schending inlichtingenplicht
Eiser ontvangt sinds juli 2007 bijstand en woont eerst bij een medebewoonster op een adres, later verhuist hij met haar naar een ander adres. Verweerder heeft meerdere huisbezoeken verricht en concludeerde aanvankelijk dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding. Later werd de uitkering ingetrokken en teruggevorderd wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht en het voeren van een gezamenlijke huishouding.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de kwalificatie van de woonsituatie met terugwerkende kracht is gewijzigd, terwijl eerdere huisbezoeken geen gezamenlijke huishouding aantoonden. Dit leidt tot vernietiging van het besluit tot intrekking en terugvordering.
Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een duidelijke onderbouwing vanaf welk moment sprake was van wederzijdse zorg en schending van de inlichtingenplicht. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt de bewijslast van de overheid bij belastende besluiten en het belang van een zorgvuldige en deugdelijke motivering bij terugwerkende intrekking van bijstand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.