ECLI:NL:CRVB:2010:BM5961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 2001 bijstand en werd in 2005 onderzocht vanwege een vermoeden van gezamenlijke huishouding met een partner. Na dossieronderzoek, een huisbezoek en een hoorzitting concludeerde het College dat appellante vanaf 3 augustus 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met [V/d N.], wat het recht op bijstand uitsloot.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat er voldoende bewijs is voor wederzijdse zorg, zoals het niet betalen van huur en energiekosten door appellante, het verrichten van huishoudelijk werk, het gebruik van scooter en computer van de partner, en het betalen van internetabonnement en scooterverzekering.
De Raad concludeert dat onder deze omstandigheden sprake is van een gezamenlijke huishouding in de relevante periode, waardoor het College terecht de bijstand heeft ingetrokken. Er worden geen proceskosten toegewezen en partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.