ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5620
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking taxistandplaatsvergunning wegens onvoldoende bewijs ritweigering
Eiser, houder van een belanghebbendenvergunning voor de taxistandplaats bij het Centraal Station Amsterdam, kreeg zijn vergunning voor twee maanden ingetrokken wegens vermeende ritweigering. Verweerder baseerde dit op rapporten van toezichthouders en een taxi host, die stelden dat eiser een klant had geweigerd.
Eiser betwistte dit en stelde dat de klant zelf weigerde mee te rijden na een conflict over haar gedrag in de taxi. De rechtbank onderzocht de rapporten en concludeerde dat de toezichthouder niet direct had waargenomen dat eiser de rit had geweigerd, en dat de rapporten de lezing van eiser niet uitsluiten.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om de intrekking te rechtvaardigen, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de taxistandplaatsvergunning is vernietigd wegens onvoldoende bewijs van ritweigering.