ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5761
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking garagevergunning en handhaving gebruik garage in strijd met bestemmingsplan
Eiser, wonende boven een garage aan de A-straat te Amsterdam, verzocht verweerder om handhavend op te treden tegen het gebruik van de garage en om de garagevergunning in te trekken. De vergunning was verleend aan huurder, die de garage feitelijk gebruikte voor bedrijfsauto’s van belanghebbende, de eigenaar van het pand. De rechtbank constateerde dat de vergunning onterecht was verleend, mede door onjuiste gegevens en het ontbreken van een functionele relatie tussen huurder en garage.
Verweerder had de intrekking van de vergunning onterecht geweigerd, omdat deze onherroepelijk was en er geen overtredingen waren geconstateerd. De rechtbank oordeelde dat de onherroepelijkheid niet toereikend is om intrekking te weigeren, zeker gezien de voorgeschiedenis en het feit dat de vergunning op onjuiste gronden was verleend. Tevens was het gebruik van de garage in strijd met het bestemmingsplan Jordaan 1999.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, trok de garagevergunning in met toepassing van artikel 8:72 Awb Pro en beval verweerder binnen zes weken tot handhaving over te gaan, onder dreiging van een dwangsom. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank heeft de garagevergunning ingetrokken en verweerder opgedragen handhavend op te treden tegen het gebruik van de garage in strijd met het bestemmingsplan.