ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5815
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstand wegens intrekking verblijfsvergunning
Verzoeker, een asielzoeker uit Irak, kreeg een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die later werd ingetrokken omdat het beschermingsbeleid voor zijn regio werd beëindigd. Hiertegen liep een bezwaar- en beroepsprocedure. Verzoeker heeft ernstige, blijvende medische klachten en kan niet reizen. Hij ontvangt leefgeld en opvang via het COA, maar moet zijn woning opgeven als hij deze opvang accepteert. Medische verklaringen tonen aan dat het verlies van zijn woning schadelijk is voor zijn gezondheid en behandeling.
De gemeente beëindigde de bijstandsuitkering omdat verzoeker geen geldige verblijfstitel meer heeft. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker als kwetsbare persoon onder artikel 8 EVRM Pro bijzondere bescherming geniet en dat de positieve verplichting van de staat om zijn privéleven te waarborgen mogelijk verder gaat dan de opvang en leefgeld via het COA.
De rechter stelt dat de gemeente onvoldoende medisch advies heeft ingewonnen en dat er ruimte is om bijstand te verlenen in uitzonderingsgevallen. Gelet op de belangenafweging prevaleert het belang van verzoeker bij het behouden van de bijstand en woning boven het belang van de gemeente. Het besluit tot beëindiging wordt geschorst, en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt geschorst.