ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6135
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking aansprakelijkheid borgtocht en zekerheidsrechten na faillissement Raf groep
De zaak betreft een geschil tussen Rabobank en [A], bestuurder en aandeelhouder van de Raf groep, over de borgtocht en zekerheidsrechten na het faillissement van vennootschappen binnen de groep.
Rabobank vordert betaling van rente en borgtochtbedragen, terwijl [A] zich verzet met het argument dat de borgtocht beperkt is en dat Rabobank onredelijk heeft gehandeld door een faillissement uit te lokken. De rechtbank stelt vast dat de borgtocht beperkt is tot €300.000, met een aanvullende aanspraak op de netto-opbrengst van zekerheden na rangwisseling, tot maximaal €907.560.
De rechtbank wijst de rentevordering af omdat de hoofdsom niet langer verschuldigd is na faillissement. Het beroep van [A] op een afspraak over liquidatiewaarde en afstand van rechten faalt wegens onvoldoende bewijs en onjuiste interpretatie van correspondentie.
De rechtbank veroordeelt [A] tot betaling van €300.000 plus wettelijke rente vanaf dagvaarding, verklaart de aansprakelijkheid onder borgtocht niet beperkt tot €300.000, en veroordeelt hem in de kosten van beslaglegging en procedure. Het vonnis is gewezen door mr. P.W. van Straalen op 20 juli 2011.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [A] tot betaling van €300.000 borgtocht plus wettelijke rente en kosten, en verklaart dat de aansprakelijkheid zich uitstrekt tot de netto-opbrengst van zekerheden na rangwisseling tot maximaal €907.560.