ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6797
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Salomon
- M.E.M. James-Pater
- D.J. de Jong
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken aanmerkelijke schuld bij ongeval door afgebroken boomtak op fietspad
Op 19 januari 2010 was verdachte als voorman bij de plantsoenendienst bezig met het kappen van een boom nabij een fietstunnel onder de Gooilandseweg in Weesp. Tijdens het kappen brak een tak af die op het fietspad viel, waardoor een fietser zwaar letsel opliep. Verdachte werd beschuldigd van grove onvoorzichtigheid en het niet treffen van voldoende veiligheidsmaatregelen.
De officier van justitie stelde dat verdachte en zijn medeverdachte onvoldoende veiligheidsmaatregelen hadden genomen, waardoor sprake was van aanmerkelijke schuld. De verdediging betoogde dat verdachte zorgvuldig had gehandeld, dat het ongeval een noodlottig toeval was en dat geen sprake was van aanmerkelijke schuld of gevaarzetting.
De rechtbank oordeelde dat verdachte en zijn collega’s geen veiligheidsnorm hadden overtreden en dat het niet voorzienbaar was dat een tak zou afbreken. Hoewel het enigszins onachtzaam was dat de medeverdachte de toezichtpositie verliet, was dit geen grove nalatigheid. Er was sprake van een noodlottig toeval en onvoldoende bewijs voor aanmerkelijke schuld of gevaarzetting.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair ten laste gelegde (artikel 308 Sr Pro) als het subsidiair ten laste gelegde (artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994).
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van aanmerkelijke schuld bij het ongeval veroorzaakt door een afgebroken boomtak op het fietspad.