ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2546
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens onbevoegde ingebruikgeving en beëindiging onderhuur
De eigenaar van een woning vordert ontbinding van de huurovereenkomst met de huurder en beëindiging van de onderhuurovereenkomst met de onderhuurder. De huurder had het gehuurde zonder schriftelijke toestemming aan derden in gebruik gegeven, wat volgens de kantonrechter een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormt.
De huurder betwistte het gebruik door de onderhuurder en stelde dat hij zelf nog in de woning verbleef, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De onderhuurder erkende huur te betalen aan de huurder, waarmee een onderhuurrelatie werd vastgesteld. De kantonrechter oordeelde dat de onderhuur niet met de bedoeling was om de positie van huurder over te dragen, maar dat de belangenafweging op grond van artikel 7:269 lid 2 sub c BW Pro in het nadeel van de onderhuurder uitviel.
De huurovereenkomst werd ontbonden per 1 november 2011 en de onderhuurovereenkomst per 1 december 2011. Beide gedaagden werden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde, met machtiging tot ontruiming met behulp van de sterke arm. Tevens werden zij hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de onderhuurovereenkomst beëindigd met ontruiming van het gehuurde.