ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2776
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens opheffing functie kennelijk onredelijk wegens pensioenschade
Eiser, sinds 1979 in dienst bij gedaagde, werd ontslagen per 1 juni 2010 na opheffing van zijn functie procurement officer. Eiser was deels arbeidsongeschikt en ontving een WAO/WIA-uitkering. Gedaagde vroeg en kreeg een ontslagvergunning van UWV. Eiser vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat het ontslag gebaseerd was op een valse reden en dat hij financieel onevenredig werd benadeeld.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet op een valse reden was gebaseerd; de functie was daadwerkelijk opgeheven en werkzaamheden elders ondergebracht. Eiser had geen passend ander werk opgeëist. Wel werd het ontslag als kennelijk onredelijk beoordeeld op grond van het gevolgencriterium, met name vanwege de pensioenschade die eiser leed doordat hij een deel van zijn prepensioen niet kon uitstellen en zijn ouderdomspensioen daardoor lager uitviel.
De kantonrechter wees de vorderingen tot aanvullende salarisbetalingen, jubileum- en winstuitkering en immateriële schade af. Ook de kosten van rechtsbijstand werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van een netto schadevergoeding van €6.000 wegens pensioenschade, met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
Uitkomst: Gedaagde moet €6.000 netto schadevergoeding betalen wegens kennelijk onredelijk ontslag vanwege pensioenschade.