ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6522
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijk ontslag bij reorganisatie ondanks nadeel werknemer
De werknemer was sinds 1973 in dienst bij de werkgever en vervulde een unieke functie die door outsourcing kwam te vervallen. De werkgever voerde een reorganisatie door waarbij de functie van de werknemer kwam te vervallen en bood hem een keuze tussen twee sociaal beleidskaders. De werknemer werd ontslagen met een ontslagvergunning van het UWV en koos voor vervroegde uittreding via de VUT.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege het ontbreken van bedrijfseconomische noodzaak, strijd met het afspiegelingsbeginsel, en de ernstige gevolgen voor hem, waaronder het mislopen van pensioenopbouw en het ontbreken van een passende vergoeding. De werkgever stelde dat de reorganisatie noodzakelijk was, dat de werknemer een unieke functie had en dat de regeling conform de afspraken met de ondernemingsraad was.
De rechtbank overwoog dat de werkgever de vrijheid heeft haar organisatie in te richten en dat de redenen voor de reorganisatie voldoende kenbaar waren. Het feit dat de werknemer VUT-gerechtigd was en zijn loopbaan vroegtijdig moest beëindigen, weegt niet zwaarder dan het belang van de werkgever bij de reorganisatie. Ook de wijze van communicatie en het ontbreken van een vergoeding zoals in het addendum genoemd, rechtvaardigen geen kennelijk onredelijk ontslag. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer wegens kennelijk onredelijk ontslag worden afgewezen.