ECLI:NL:RBAMS:2011:BT7204
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. van Eunen
- C.A.E. Wijnker
- J.O. Rutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onvoldoende waarschuwing veroordeelde
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 oktober 2011 de vordering van de officier van justitie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) van een veroordeelde die een gevangenisstraf van 54 maanden uitzat, waarvan de voorlopige VI gepland stond op 23 september 2011.
De vordering was gebaseerd op meerdere disciplinaire straffen wegens agressief gedrag tijdens detentie, waaronder afzondering en opsluiting in een strafcel. De officier van justitie stelde dat uitstel passend was en dat dubbele bestraffing niet aan de orde was omdat het hier ging om het onthouden van een gunst, niet om een straf.
De verdediging voerde aan dat de veroordeelde niet tijdig was geïnformeerd over de mogelijke consequenties van zijn gedrag, dat hij al was gestraft voor zijn wangedrag, en dat uitstel extra zwaar woog omdat hij vreemdeling was zonder verblijfsdocumenten.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde bij aanvang van de detentie niet voldoende was gewaarschuwd over de regeling en de gevolgen van wangedrag, terwijl dit wel noodzakelijk was gezien de verstrekkende gevolgen van uitstel. Daarom werd de vordering van het OM afgewezen.
De beslissing benadrukt het belang van duidelijke communicatie over de voorwaarden van voorwaardelijke invrijheidstelling en de rechtspositie van gedetineerden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling af vanwege onvoldoende informatie aan de veroordeelde over de regeling en gevolgen van wangedrag.