ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8804
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens strijd met goed werkgeverschap en vergoeding vaststelling schade
De werknemer, sinds 1971 in dienst bij de werkgever, werd geconfronteerd met het wegvallen van zijn functie na terugkeer uit het buitenland. Ondanks herhaalde signalen dat er geen passende functie was, duurde het onderhandelingsproces over beëindiging lang en bleef de werknemer in onzekerheid.
De kantonrechter oordeelde dat voortzetting van het dienstverband niet van de werknemer kon worden gevergd en dat de werkgever zich niet als goed werkgever had gedragen door het trage proces en het in onzekerheid laten van de werknemer. De vergoeding werd vastgesteld op basis van het inkomensverlies tot de pensioendatum, inclusief gemiste hypotheekfaciliteiten en vermindering door WW-uitkering.
De totale vergoeding bedroeg €212.446 bruto plus €10.000 immateriële schadevergoeding. De kantonrechter wees het meer of anders gevorderde af en bepaalde dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen, tenzij de werknemer het verzoek intrekt.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met toekenning van een bruto vergoeding van €222.446 wegens strijd met goed werkgeverschap.