ECLI:NL:RBAMS:2011:BU1979

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
EA 10-1884
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 OverlegwetArt. 5 Overlegwet
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bewonerscommissie tot advisering over verkoop sociale huurwoningen

De bewonerscommissie verzocht de rechtbank om hen het recht te geven te adviseren over het voornemen van de verhuurder om haar sociale huurwoningencomplexen volledig te verkopen. Partijen waren het erover eens dat de bewonerscommissie geïnformeerd had moeten worden over dit voornemen. De verhuurder had dit gedaan via een brief, maar niet op eigen initiatief en zonder de gevolgen te vermelden zoals voorgeschreven in de Overlegwet.

De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van nadere informatie over de gevolgen geen reden was om het verkoopvoorstel op te schorten, omdat de bewonerscommissie geen feiten had gesteld waaruit benadeling bleek. Vervolgens onderzocht de rechtbank of de bewonerscommissie op grond van artikel 5 van Pro de Overlegwet adviesrecht had. Uit de wetsgeschiedenis bleek dat bij advisering alleen een huurdersorganisatie of een bewonerscommissie betrokken hoeft te worden, niet beide.

Omdat het hier ging om een algemeen beleidsvoornemen dat op huurdersorganisatieniveau wordt behandeld, en de huurdersorganisatie niet functioneert, betekent dit niet dat de verhuurder met de bewonerscommissie moet overleggen of hen om advies moet vragen. De rechtbank wees daarom het verzoek van de bewonerscommissie af.

Uitkomst: Het verzoek van de bewonerscommissie tot advisering over het verkoopvoorstel werd afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Kanton
Locatie AMSTERDAM
EA 10-1884
Beschikking van 12 mei 2011
11
BESCHIKKING
Op 8 november 2010 is een verzoekschrift ingekomen ter griffie van:
De Bewonerscommissie [verzoekster]
p/a mevrouw [naam] te Amsterdam,
verzoekster
tegen
[verweerster]
gevestigd te Amsterdam
verweerster
HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Na de beschikking van 1 februari 2011 zijn de volgende stukken ingekomen:
-een akte uitlating van [verweerster] met bijlagen;
-een reactie van de Bewonerscommissie met bijlagen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Partijen zijn het er over eens dat de Bewonerscommissie geïnformeerd diende te worden over het voornemen van [verweerster] om over te gaan tot 100% verkoop in haar complexen van sociale huurwoningen. Bespreking van dit voornemen bij gelegenheid van een door [verweerster] georganiseerde workshop bewonerscommissies in een vve kan niet alszodanig worden aangemerkt evenmin als het meedelen van dit voornemen bij gelegenheid van het voorjaarsoverleg van [verweerster] met de Bewonerscommissie (prod.2 akte uitlaten [verweerster]). Door de brief van 10 juni 2010 (prod.9 verzoekschrift) is de Bewonerscommissie echter wel geïnformeerd over bedoeld voornemen hoewel deze brief door [verweerster] niet eigener beweging aan de Bewonerscommissie is geschreven. Dat in de brief van [verweerster] de gevolgen van haar voornemen niet zijn genoemd, anders dan in de Overlegwet voorgeschreven, rechtvaardigt geen opschorting van dat voornemen nu de Bewonerscommissie geen feiten en/of omstandigheden heeft gesteld die tot het oordeel kunnen leiden dat zij door dat nalaten is benadeeld.
2. De Bewonerscommissie verzoekt om te mogen adviseren over het onder 1. genoemde voornemen van [verweerster]. Zij baseert dat verzoek op artikel 5 van Pro de Overlegwet. Anders dan in artikel 4 van Pro die wet staat daar niet ‘’de betrokken huurdersorganisatie en de betrokken bewonerscommissie’’ maar ‘’de huurdersorganisatie of de bewonerscommissie’’. Uit de memorie van antwoord van de Overlegwet (onder 3.3) blijkt voldoende waarom bij de advisering (artikel 5 van Pro de wet) ‘’of’’ staat (huurdersorganisatie of bewonerscommissie), anders dan bij de informatievoorziening (artikel 4 van Pro de wet) waar ‘’en’’ staat (huurdersorganisatie en bewonerscommssie). Over algemene beleidsvoornemens behoeft de verhuurder alleen advisering te vragen aan een overkoepelende huurdersorganisatie. Teneinde te waarborgen dat deze huurdersorganisatie voldoende op de hoogte is van de belangen van de verschillende huurders- en bewonerscommissies in het gebied dient de informatie over beleidsvoornemens door de verhuurder aan (alle) huurders- en bewonerscommissies te worden verstrekt. Zodra het beleidsvoornemen de belangen van huurders van bepaalde woningen rechtstreeks raakt overlegt en adviseert de huurdersorganisatie en/of bewonerscommissie op complexniveau.
3. In dit geval betekent dat dat [verweerster] (nog) niet om advies hoefde te vragen aan de bewonerscommissie. Het gaat nog slechts om een algemeen beleidsvoornemen hetgeen op huurdersorganisatieniveau wordt behandeld. Dat de huurdersorganisatie niet functioneert, zoals de Bewonerscommissie heeft gesteld, brengt niet met zich dat [verweerster] om die reden met de verschillende Bewonerscommissies moet overleggen dan wel hen om advisering moet vragen.
4. De verzoeken worden afgewezen.
BESLISSING
De kantonrechter:
-wijst de verzoeken af.
Aldus gegeven te Amsterdam en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2011 door mr. C. von Meyenfeldt, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.
De griffier de kantonrechter ?