ECLI:NL:RBAMS:2011:BU1979
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bewonerscommissie tot advisering over verkoop sociale huurwoningen
De bewonerscommissie verzocht de rechtbank om hen het recht te geven te adviseren over het voornemen van de verhuurder om haar sociale huurwoningencomplexen volledig te verkopen. Partijen waren het erover eens dat de bewonerscommissie geïnformeerd had moeten worden over dit voornemen. De verhuurder had dit gedaan via een brief, maar niet op eigen initiatief en zonder de gevolgen te vermelden zoals voorgeschreven in de Overlegwet.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van nadere informatie over de gevolgen geen reden was om het verkoopvoorstel op te schorten, omdat de bewonerscommissie geen feiten had gesteld waaruit benadeling bleek. Vervolgens onderzocht de rechtbank of de bewonerscommissie op grond van artikel 5 van Pro de Overlegwet adviesrecht had. Uit de wetsgeschiedenis bleek dat bij advisering alleen een huurdersorganisatie of een bewonerscommissie betrokken hoeft te worden, niet beide.
Omdat het hier ging om een algemeen beleidsvoornemen dat op huurdersorganisatieniveau wordt behandeld, en de huurdersorganisatie niet functioneert, betekent dit niet dat de verhuurder met de bewonerscommissie moet overleggen of hen om advies moet vragen. De rechtbank wees daarom het verzoek van de bewonerscommissie af.
Uitkomst: Het verzoek van de bewonerscommissie tot advisering over het verkoopvoorstel werd afgewezen.