ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2150
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten handhaving geluidsnormen Schiphol wegens onvoldoende motivering
De rechtbank Amsterdam behandelde beroepen tegen besluiten van de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat inzake handhaving van geluidsnormen bij Schiphol in 2007 en 2008. Eisers stelden dat het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) 2008 niet voldeed aan het gelijkwaardigheidsprincipe uit artikel 8.17, zevende lid, van de Wet luchtvaart omdat de maximale geluidsbelasting op handhavingspunten 21 en 22 hoger zou zijn dan in het LVB 2004.
De rechtbank oordeelde dat het motiveringsgebrek in de bestreden besluiten was hersteld door een nadere brief van verweerder, waarin werd toegelicht dat het gelijkwaardigheidsprincipe niet per handhavingspunt maar gemiddeld over het gehele LVB moet worden beoordeeld. Het absolute aantal woningen met hoge geluidsbelasting steeg door verbeterde rekenmethoden, maar dit betekende geen verslechtering van het beschermingsniveau.
De rechtbank verwierp het standpunt van eisers dat het LVB 2008 onverbindend was en stelde vast dat verweerder terecht afzag van handhaving in 2007 en 2008 vanwege concrete zicht op legalisatie. De beroepen werden gegrond verklaard en de besluiten vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten wegens motiveringsgebrek maar laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt verweerder in proceskosten en griffierecht.