ECLI:NL:RBAMS:2011:BU3396
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- A.C. Schaafsma
- M.E.M. James-Pater
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel minderjarige en verspreiding kinderpornografische afbeeldingen
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte schuldig bevonden aan mensenhandel ten aanzien van een minderjarige aangeefster, waarbij hij haar ertoe bracht zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen tegen betaling, en aan het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen van die minderjarige.
De tenlastelegging omvatte meerdere gedragingen, waaronder dwang, misbruik van overwicht, en het publiceren van naaktfoto's van het slachtoffer. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat de afbeeldingen geen kinderpornografie zouden zijn en dat er geen bewijs was voor uitbuiting of dwang.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele onderdelen van de tenlastelegging wegens gebrek aan bewijs, waaronder het opzettelijk voordeel trekken uit prostitutiewerkzaamheden na meerderjarigheid van het slachtoffer. Wel achtte zij bewezen dat verdachte het slachtoffer als minderjarige tot prostitutie heeft bewogen door misbruik van overwicht.
De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer, de overschrijding van de redelijke termijn, en het ontbreken van eerdere veroordelingen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 120 uur. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €1.500 toegewezen aan het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf (3 maanden voorwaardelijk) en 120 uur werkstraf wegens mensenhandel en bezit en verspreiding van kinderpornografische afbeeldingen.