ECLI:NL:RBAMS:2011:BU4029
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onjuiste rechtsvorm onderneming
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat hij een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten.
Eiser voerde aan dat hij geen werkgever was van de werknemer omdat zij samen een vennootschap onder firma (vof) waren, en dat de onderneming ten tijde van de controle als vof moest worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de voor derden kenbare rechtsvorm op het moment van de overtreding bepalend is en dat de onderneming toen als eenmanszaak stond ingeschreven in het handelsregister.
Daarnaast stelde eiser dat toepassing van de Wav een verslechtering was in strijd met Europese associatieverdragen, maar de rechtbank verwierp dit omdat deze bepalingen niet van toepassing zijn op werknemers in dienst van een Nederlandse onderneming.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht eiser als werkgever heeft aangemerkt en de boete terecht is opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.