ECLI:NL:RBAMS:2011:BU4053
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-toekenning kinderbijslag wegens twijfel ingezetenschap Nederland vernietigd
Eiser ontving kinderbijslag voor zijn kinderen totdat deze vanaf het vierde kwartaal 2008 werd beëindigd vanwege twijfel over zijn ingezetenschap in Nederland. Verweerder stelde dat eiser geen duurzame persoonlijke band meer met Nederland had, wat volgens het beleid vereist is voor het recht op kinderbijslag.
De rechtbank toetste dit aan het arrest van de Hoge Raad van 21 januari 2011, waarin werd bepaald dat het begrip ingezetenschap niet uitsluitend afhangt van juridische, economische of sociale bindingen, maar een breder totaalbeeld vereist. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat eiser vanaf het vierde kwartaal 2009 niet langer als ingezetene kon worden beschouwd.
De rechtbank constateerde dat eiser tot het vierde kwartaal 2008 als ingezetene werd beschouwd en dat er geen overtuigend bewijs was dat hij daarna niet meer in Nederland woonde. Het niet reageren op brieven en een onderzoek naar zijn woonadres waren onvoldoende om het ingezeten zijn te ontkennen.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante omstandigheden volgens de Hoge Raad-criteria moeten worden meegewogen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering kinderbijslag wegens ontbreken ingezetenschap wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.