ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7518
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting huurder tot verwijderen grensoverschrijdende uitbouw in bedrijfsruimte
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over een uitbouw van een snackbar die deels op een aangrenzend kadastraal perceel ligt. Verhuurder vordert verwijdering van de uitbouw en ontbinding van de huurovereenkomst wegens vermeend tekortschieten van de huurder.
De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst van 26 april 2005 van toepassing is en dat de uitbouw bij het gehuurde behoort. De huurder heeft aannemelijk gemaakt dat de uitbouw reeds bestond bij aanvang van de huurovereenkomst en dat het gebruik ervan essentieel is voor de bedrijfsvoering.
Verhuurder heeft onvoldoende feiten gesteld om een onvoorziene omstandigheid aan te tonen die wijziging van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Ook is geen sprake van tekortkoming van de huurder. De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen. Verder oordeelt de rechtbank dat verhuurder niet lichtvaardig kan instemmen met afbraak van de uitbouw zonder medewerking van de huurder, en dat huurder niet onrechtmatig handelt door de uitbouw te gebruiken.
De rechtbank veroordeelt verhuurder in de proceskosten en wijst de vorderingen af.
Uitkomst: Vorderingen tot verwijdering uitbouw, ontbinding huurovereenkomst en ontruiming worden afgewezen.