ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8437
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vaststelling instellingscollegegeld voor tweede studie
De Stichting Collectieve Actie Universiteiten (StCAU) vorderde een voorlopige voorziening om het door universiteiten vastgestelde instellingscollegegeld voor tweede studies te schorsen, stellende dat het collegegeld te hoog is in verhouding tot de onderwijs kosten. StCAU baseerde zich onder meer op een onderzoek van CHEPS dat marginale kosten van volgtijdige opleidingen rond €5.500 stelde, terwijl het vastgestelde collegegeld aanzienlijk hoger lag.
De universiteiten betwistten de stellingen van StCAU en voerden aan dat het collegegeld gebaseerd moet zijn op daadwerkelijke kosten per student, niet slechts marginale kosten, en dat het CHEPS-onderzoek niet representatief is. Daarnaast werd betoogd dat StCAU onvoldoende heeft geconcretiseerd wat onder marginale kosten moet worden verstaan.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende duidelijk is op welke kosten StCAU doelt en dat nader onderzoek nodig is naar de hoogte van de kosten per universiteit. Dit kan niet in het kader van een incidentele vordering worden onderzocht. Ook werd het beroep op onbevoegdheid van de rechtbank door de universiteiten verworpen. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en partijen werd gelegenheid gegeven om hun standpunten schriftelijk toe te lichten. Proceskosten werden deels aan StCAU en deels aan de universiteiten toegewezen.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tot schorsing van het instellingscollegegeld voor tweede studies wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid en noodzaak tot nader onderzoek.