ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8657
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door auto en bromfiets
Eiser ontving bijstand sinds 1999. Verweerder vorderde € 5.917,64 terug wegens vermeende overschrijding van de vermogensgrens door bezit van een auto en bromfiets. De auto werd aanvankelijk gewaardeerd op € 11.000, maar eiser toonde aan dat de aankoopprijs € 9.000 bedroeg. De bromfiets stond pas vanaf 4 augustus 2009 op naam en werd door eiser gewaardeerd op € 2.000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onterecht uitging van een hogere waarde en dat de terugvordering niet volledig kon worden gehandhaafd zonder matiging. Verweerder had een theoretische berekening moeten maken om vast te stellen over welke perioden eiser daadwerkelijk geen recht op bijstand had. Verweerder weigerde echter de terugvordering te matigen ondanks eerdere uitspraak.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met matiging van de terugvordering.