ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8727
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit tijdelijke ligplaatsvergunning woonboten wegens ongelijkwaardigheid met oude vergunningen
Eisers hadden permanente ligplaatsvergunningen voor hun woonboten die werden ingetrokken vanwege herinrichtingsplannen van het Oosterdok. Verweerder verleende tijdelijke ligplaatsvergunningen voor vijf jaar met de toezegging dat daarna permanente vergunningen zouden volgen. Eisers stelden dat tijdelijke vergunningen niet gelijkwaardig zijn aan de oude permanente vergunningen, wat strijdig zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het Beverprotocol.
De rechtbank oordeelde dat de toezegging van een toekomstige definitieve ligplaatsvergunning geen besluit in de zin van de Awb is en dat het vertrouwensbeginsel hieraan beperkte betekenis toekomt vanwege belangen van derden. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat de tijdelijke vergunningen met tijdelijke ontheffingen van het bestemmingsplan niet gelijkwaardig zijn aan de oude vergunningen, die op grond van overgangsrecht een permanent karakter hadden.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 Awb Pro en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot tijdelijke ligplaatsvergunningen wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen.