ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9791

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
500930 / HA RK 11-309
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AWBArt. 8:16 AWBArt. 8:18 lid 5 AWB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens te late indiening

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een bestuursrechter van de rechtbank Amsterdam. Het verzoek betrof een schriftelijk verzoek dat per telefax werd ingediend nadat de uitspraak in de onderliggende bestuursrechtelijke procedure reeds was gedaan. Daarnaast had verzoeker mondeling aangekondigd een wrakingsverzoek te willen indienen nadat de zitting al was gesloten.

Volgens artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet een wrakingsverzoek schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn die aanleiding geven tot wraking. Een mondeling verzoek is slechts mogelijk tijdens de zitting, wanneer er persoonlijk contact is tussen partijen en de rechter. In deze zaak was dat niet het geval.

De rechtbank oordeelde dat het mondeling aangekondigde verzoek buiten de zitting niet ontvankelijk was en dat het schriftelijke verzoek per fax te laat was ingediend, namelijk na de uitspraak. Hierdoor had de rechter geen zaak meer in behandeling en kon het verzoek niet worden ontvangen.

De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en wees op het feit dat tegen deze beslissing geen voorziening openstaat. De beslissing werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 oktober 2011.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late en niet-conforme indiening.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beschikking op het op 22 september 2011 ingekomen onder zaaknummer 500930 / HA RK 11-309 ingeschreven ver¬zoek van:
[ ],
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. [ ], in haar hoedanigheid van rechter bij de sector bestuursrecht van de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
? het verzoek tot wraking van 22 september 2011;
? een concept proces-verbaal van de zitting van 21 september 2011 in de zaak met nummer [ ];
? een uitspraak van 22 september 2011 in dezelfde zaak;
? een schriftelijke reactie van de rechter van 26 september 2011.
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting op 12 oktober 2011, waar de wrakingskamer verzoeker heeft gehoord. Verzoeker heeft een pleitnota overgelegd.
Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
De uitspraak is bepaald op een nader aan verzoeker en de rechter mee te delen tijdstip.
1. De feiten
Van de volgende feiten wordt uitgegaan.
a) Op 21 september 2011 om 09.30 heeft de voortgezette behandeling plaatsgevonden van een door verzoeker ingesteld beroep tegen een beslissing op een door hem ingediend bezwaar. Blijkens het van de zitting opgemaakte concept proces-verbaal is verzoeker niet verschenen.
b) Verzoeker heeft zich om 09.45 gemeld bij de zittingzaal. Nadat de rechter verzoeker via de bode had medegedeeld dat de behandeling ter zitting was gesloten en de zaak niet meer kon worden behandeld omdat verweerder al was vertrokken, heeft verzoeker de bode medegedeeld een wrakingsverzoek te gaan doen.
c) Op 22 september 2011 is om 09.00 uur uitspraak gedaan in de hiervoor onder 1a vermelde procedure.
d) Op 22 september 2011 om 16.40 uur heeft verzoeker per telefax een schriftelijk verzoek tot wraking gedaan.
2. De ontvankelijkheid van het verzoek.
2.1 Op grond van het bepaalde in 8:16 AWB dient een wrakingsverzoek te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Het verzoek is schriftelijk en moet worden gemotiveerd. Het verzoek kan na aanvang van het onderzoek ter zitting ook mondeling geschieden. Blijkens de memorie van toelichting op voormeld artikel maakt het tweede lid het om praktische redenen mogelijk om, in afwijking van de hoofdregel, een verzoek mondeling te doen bij die gelegenheden waar sprake is van persoonlijk contact tussen partijen en de rechters, te weten (in dit geval) ter zitting.
2.2 In deze zaak heeft verzoeker op 21 september 2011 mondeling aangekondigd een verzoek tot wraking te gaan doen op een moment dat de behandeling ter zitting al was gesloten. Nu er geen sprake is van een mondeling ter zitting gedaan verzoek als bedoeld in de wet, kan verzoeker in dit verzoek niet worden ontvangen.
2.3 Het door verzoeker per telefax schriftelijk ingediende verzoek is gedaan op een moment (22 september 2011 om 16.40 uur) waarop al uitspraak in de zaak was gedaan (22 september 2011 om 09.00 uur). Ook in dit verzoek kan verzoeker niet worden ontvangen omdat de rechter op dat moment geen zaak van verzoeker meer in behandeling had.
3. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING:
De wrakingskamer:
? verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in beide verzoeken.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mr. C.L.J.M. de Waal en mr. M.M. van der Nat, leden van genoemde kamer, en uitgespro¬ken ter open¬bare terecht¬zitting van vrijdag 25 oktober 2011 in tegen¬woor¬dig¬heid van de grif¬fier.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 8:18 lid 5 AWB Pro geen voorziening open.