ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1208
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.J. Peeters
- R.A. Dudok van Heel
- M. Haisma
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering schadevergoeding wegens fraude ondanks procedure in Verenigde Staten
ISG vordert van RBS een schadevergoeding van 14 miljoen USD wegens fraude gepleegd door een derde, waarbij RBS zou hebben nagelaten maatregelen ter bescherming van ISG. ISG stelde dat de verjaring was gestuit door een brief van haar advocaat en door het instellen van procedures in de Verenigde Staten.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 8 augustus 2003 geen ondubbelzinnige stuiting van de verjaring inhoudt, omdat daarin geen duidelijk voorbehoud van nakoming werd gemaakt. De procedure in de VS werd binnen vijf jaar ingesteld, maar na afwijzing door het Supreme Court in 2007 stelde ISG niet binnen zes maanden een nieuwe eis in Nederland, zoals vereist volgens artikel 3:316 lid 2 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat de verjaringstermijn begon te lopen op 7 september 1999, toen ISG bekend werd met de verdwenen gelden. Omdat de verjaring niet tijdig is gestuit, zijn de vorderingen verjaard. Ook de vordering namens Danstruplund is verjaard. ISG wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van ISG tegen RBS wordt afgewezen wegens verjaring; procedure in de VS stuit verjaring niet.