ECLI:NL:RBAMS:2011:BV2166
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging overeenkomst van opdracht en geen recht op loon bij tussentijdse opzegging
De zaak betreft een geschil tussen Beaumont Communications B.V. en Koggeschip Vakbladen B.V. over de beëindiging van een overeenkomst van opdracht en de vraag of Beaumont recht heeft op loon na tussentijdige opzegging. Beaumont stelde dat de vergoeding afhankelijk was van de volbrenging van de opdracht en dat zij recht had op loon op grond van artikel 7:411 BW Pro of op basis van redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank concludeerde dat de betaling per nummer plaatsvond, waardoor artikel 7:411 BW Pro niet van toepassing is. De overeenkomst kwalificeert als een duurovereenkomst waarbij honorering per verrichting plaatsvindt. De opzegging door Koggeschip per 1 januari 2010 was niet binnen een tijdseenheid waarvoor loon verschuldigd was.
Subsidiair stelde Beaumont dat de opzegging onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelde dat Koggeschip een gewichtige reden had vanwege onwil tot overleg, personeelsonrust en onzekerheid over continuïteit. Ook de opzegtermijn was niet onredelijk kort.
De vorderingen van Beaumont werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten, met wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De vorderingen van Beaumont worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.