ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7164
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op doorbetaling loon bij voortijdige beëindiging opdracht met dagvergoeding
De zaak betreft een geschil tussen twee piping engineers, [A] en [B], en hun opdrachtgever Brunel Energy Europe B.V. over het recht op loon na voortijdige beëindiging van hun opdrachten. [A] en [B] vorderden betaling van loon over de resterende contractduur, stellende dat Brunel zonder geldige reden de overeenkomsten met onmiddellijke ingang had beëindigd en zij daardoor inkomensschade leden.
De rechtbank stelde vast dat de contracten een vergoeding per gewerkte dag bevatten, waarbij niet-gewerkte dagen niet werden betaald. Artikel 7:411 BW Pro is alleen van toepassing als het loon afhankelijk is van de voltooiing van de opdracht of het verstrijken van de tijd waarvoor de opdracht is verleend. Dit was hier niet het geval, omdat de loonbetaling afhankelijk was van daadwerkelijk gewerkte dagen.
Subsidiair stelden [A] en [B] dat Brunel tekortgeschoten was door de opzegging op onbehoorlijke wijze te verrichten en dat de beëindiging in strijd was met redelijkheid en billijkheid. De rechtbank verwierp deze stellingen vanwege gebrek aan feitelijke onderbouwing. De vorderingen werden afgewezen en [A] en [B] werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers op doorbetaling van loon zijn afgewezen omdat loon afhankelijk was van daadwerkelijk gewerkte dagen en niet van de contractduur.