ECLI:NL:RBAMS:2011:BV2784
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overschrijding redelijke termijn in jeugdstrafzaak
In deze strafzaak tegen een toen 15-jarige verdachte heeft de rechtbank Amsterdam vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met 28 maanden is overschreden. De zaak duurde bijna 44 maanden vanaf de aanhouding tot het vonnis, terwijl de redelijke termijn voor jeugdigen volgens de Hoge Raad 16 maanden bedraagt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de overschrijding rechtvaardigen. Er waren twee lange periodes van inactiviteit van het Openbaar Ministerie en de rechtbank, zonder geldige verklaring. De proceshouding van de verdachte was niet zodanig dat uitstel gerechtvaardigd was.
De rechtbank bespreekt het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008, waarin is bepaald dat overschrijding van de redelijke termijn in beginsel niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM, maar wordt gecompenseerd met strafvermindering. De rechtbank stelt echter dat dit arrest geen rekening houdt met het bijzondere pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
Gezien het pedagogische doel van het jeugdstrafrecht, dat snelle en doeltreffende strafrechtelijke reactie vereist, en het belang van het kind zoals neergelegd in artikel 3 lid 1 IVRK Pro, oordeelt de rechtbank dat de overschrijding in deze zaak het pedagogisch effect niet alleen tenietdoet, maar zelfs averechts werkt. Daarom verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie af, aangezien het OM niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn in een jeugdstrafzaak.