ECLI:NL:RBAMS:2011:BV6899
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onrechtmatig strafrechtelijk optreden in Clickfonds-zaak
De zaak betreft een civiele procedure waarin eiser [A] de Staat aansprakelijk stelt wegens onrechtmatig handelen in het kader van strafrechtelijk optreden tegen hem in de Clickfonds-zaak. De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) startte een onderzoek naar vermoedelijke beurs- en beleggingsfraude met coderekeningen die de identiteit van gerechtigden verhulden. [A] was directeur bij [B] Effecten en werd verdacht van medeplegen van valsheid in geschrift, heling en deelname aan een criminele organisatie.
In de strafprocedure werd [A] vrijgesproken omdat het bewijs, grotendeels gebaseerd op Zwitserse rechtshulp, niet wettig en overtuigend was. Het hof oordeelde dat de tenlastelegging onvoldoende was bewezen en dat de gebruikte Zwitserse bewijsstukken vanwege onvolkomenheden in het rechtshulpverzoek niet konden worden gebruikt. [A] stelde dat het strafrechtelijk optreden onrechtmatig was en eiste schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat op het moment van het strafrechtelijk optreden een redelijk vermoeden van schuld bestond, mede door de informatie uit het rechtshulpverzoek en inbeslaggenomen stukken. De latere vrijspraak betekent niet automatisch dat van onschuld is gebleken. Ook het standpunt dat het Openbaar Ministerie onrechtmatig handelde door hoger beroep in te stellen wordt verworpen. De rechtbank concludeert dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld en wijst de vordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld in het strafrechtelijk optreden.