ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1095
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen. Het EAB betrof een diefstal van gouden kettingen op 28 juni 2010, waarbij de opgeëiste persoon wordt verdacht van betrokkenheid.
De verdediging stelde dat de term 'tijdstip' in artikel 2 lid 1 onder Pro e van de Overleveringswet (OLW) strikt geïnterpreteerd moet worden als een exacte tijdsaanduiding, en dat het EAB daarom onvoldoende was. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat 'tijdstip' in de context van de OLW als datum gelezen moet worden, wat voldoende duidelijkheid biedt over het strafbare feit.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de eisen van de OLW, dat het feit strafbaar is in zowel België als Nederland, en dat de vereiste garanties zijn gegeven dat de opgeëiste persoon zijn straf in Nederland kan ondergaan. Er waren geen weigeringsgronden voor overlevering. Daarom werd de overlevering toegestaan.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. Bade, mrs. J.W. Vriethoff en W.H. van Benthem op 3 januari 2012, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze beslissing.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.