ECLI:NL:RBROT:2014:7929
Rechtbank Rotterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Rotterdam verklaart zich onbevoegd over verzoeken tot schadevergoeding en kosten rechtsbijstand in overleveringszaak
De verzoeker diende op 11 februari 2013 verzoeken in op grond van artikel 89 en Pro artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voor vergoeding van immateriële schade en kosten rechtsbijstand wegens vrijheidsbeneming in het kader van een overleveringsprocedure. De verzoeken werden op 11 september 2014 behandeld door de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Rotterdam.
De verzoeker was op 4 januari 2013 in verzekering gesteld ter overlevering aan de Belgische autoriteiten, maar werd op 5 januari 2013 heengezonden. De overleveringsprocedure werd gestaakt omdat dezelfde zaak reeds in 2012 door de rechtbank Amsterdam was behandeld en de verzoeker toen al was overgeleverd. De officier van justitie concludeerde tot niet-ontvankelijkheid en merkte op dat de rechtbank zich mogelijk onbevoegd moest verklaren.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 67 OLW Pro en artikel 89 Sv Pro de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd is om te oordelen over verzoeken in verband met overleveringszaken. Ook het verzoek op grond van artikel 591a Sv valt onder de bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam. Daarom verklaarde de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd en leidde de verzoeken door naar de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de verzoeken en leidt deze door naar de rechtbank Amsterdam.