ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1464
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving loopplank als tweede toegangsvoorziening woonboot
De zaak betreft een geschil over de aanleg van een loopplank als tweede toegangsvoorziening tot een woonboot, waarbij de gemeente handhavend wilde optreden omdat de loopplank niet voldeed aan de vereisten van de Verordening op de haven en het binnenwater 2006 (Vhb).
De rechtbank oordeelde dat de steiger niet meer als eerste toegangsvoorziening kon gelden omdat deze niet veilig was, waardoor de loopplank de eerste toegangsvoorziening is. De loopplank voldeed niet aan de maatvoeringsvereisten en was zonder vergunning geplaatst, wat strijdig was met het Vhb. De gemeente had onvoldoende gemotiveerd waarom de loopplank onnodig en niet toegestaan was, waardoor het besluit tot handhaving onvoldoende zorgvuldig was genomen.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat handhaving gerechtvaardigd was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet, omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk waren of ontheffing hadden. De rechtbank vond geen concreet zicht op legalisatie en oordeelde dat het belang van handhaving zwaarder woog dan de belangen van eiser.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter Baldinger op 10 januari 2012.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving van de loopplank wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.