ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8441
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Nederlands ontslagrecht op arbeidsovereenkomst met rechtskeuze Engels recht
De werknemer, van Ierse nationaliteit, was van maart 2007 tot juli 2010 in dienst van een Engels bedrijf met een vestiging in Nederland, waarbij hij werkzaamheden verrichtte in Nederland. Partijen hadden in de arbeidsovereenkomst gekozen voor Engels recht. De werknemer stelde dat op grond van het Nederlandse recht, met name artikel 7:668a BW, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan en dat het ontslag zonder toestemming van het UWV Werkbedrijf nietig was op grond van het BBA.
De kantonrechter stelde vast dat Rome I van toepassing is en dat de rechtskeuze voor Engels recht geldt, maar dat dwingendrechtelijke bepalingen van het Nederlandse recht, waaronder artikel 7:668a BW, van toepassing blijven. De werknemer had inderdaad recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van opvolgende arbeidsovereenkomsten langer dan 36 maanden.
Echter, de kantonrechter oordeelde dat het BBA niet van toepassing was omdat de werknemer niet voldoende betrokken was bij de Nederlandse sociaal-economische verhoudingen en dat geen toestemming van het UWV vereist was. Hierdoor was het ontslag rechtsgeldig. De loonvorderingen en aanspraken op vakantiedagen en vakantiebijslag werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen en het ontslag per 30 juli 2010 wordt als rechtsgeldig beschouwd.