ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8660

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 11- 3862 WRB
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.D. Reiling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 WrbArt. 7:12 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing lichte advies toevoeging wegens onvoldoende motivering vernietigd

Eiseres werd verdacht van verduistering in dienstbetrekking en opgeroepen voor een politieverhoor als verdachte. Zij vroeg een lichte advies toevoeging (LAT) aan, die door de Raad voor de Rechtsbijstand werd geweigerd. De Raad motiveerde dat het belang waarvoor rechtsbijstand werd gevraagd redelijkerwijs door eiseres zelf kon worden behartigd, conform artikel 12, tweede lid, onder g, van de Wet op de Rechtsbijstand.

Eiseres stelde dat gezien de ernst van de verdenking en de mogelijke straf- en civielrechtelijke gevolgen het belang niet redelijkerwijs door haarzelf kon worden behartigd en dat alleen een advocaat met geheimhoudingsplicht haar adequaat kon bijstaan. De rechtbank overwoog dat de verwijzing naar een advocaat door het Juridisch Loket en de ernst van de verdenking maken dat het niet zonder meer inzichtelijk is dat het belang redelijkerwijs door eiseres zelf kan worden behartigd.

De rechtbank oordeelde dat de Raad voor de Rechtsbijstand het besluit onvoldoende had gemotiveerd en daarmee het motiveringsbeginsel van artikel 7:12 Awb Pro had geschonden. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Raad opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Raad veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van het motiveringsbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 11/3862 WRB
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer op 9 januari 2012 in de zaak tussen
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
gemachtigde G.A. Speelman,
eiseres,
en
de Raad voor de Rechtsbijstand,
verweerder,
Zitting hebben:
mr. A.D. Reiling, rechter,
mr. S.J. van Schagen, griffier.
Inleiding
De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 januari 2012.
Eiseres is vertegenwoordigd door bovengenoemde gemachtigde. Verweerder is niet verschenen.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak
een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze
uitspraak is overwogen;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 41,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 874,- te
betalen aan eiseres.
Overwegingen
Ter zitting is daarbij de volgende motivering gegeven.
Bij besluit van 1 april 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder de door eiseres aangevraagde Lichte Advies Toevoeging (hierna LAT) geweigerd
Bij besluit van 2 augustus 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard (het bestreden besluit)
Feiten
Eiseres werd verdacht van verduistering in dienstbetrekking en werd in dat kader door de politie opgeroepen om als verdachte te worden gehoord.
Eiseres heeft zich gewend tot het juridisch loket in Amersfoort. Het Juridisch Loket heeft eiseres doorverwezen naar een advocaat.
Eiseres heeft bovengenoemde gemachtigde als advocaat in de arm genomen en bovengenoemde gemachtigde heeft eiseres juridisch geadviseerd voorafgaande aan het politieverhoor.
Beoordeling
Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat het in deze zaak zou gaan om een belang waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten.
Op grond van artikel 12, tweede lid, onder g, van de Wet op de Rechtsbijstand (Wrb) wordt rechtstand niet verleend indien het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van de wet.
Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdenking van een strafbaar feit en alles dat daarop kan volgen per definitie iets is dat in het algemeen (en in casu zeker) redelijkerwijs niet aan eiseres kan worden overgelaten. Eiseres had redelijkerwijs slechts te rade kunnen gaan bij een deskundig persoon die een wettelijke geheimhoudingsplicht heeft.
De rechtbank overweegt dat het hier gaat om een verdenking van een ernstig feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, en met zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk mogelijk zware gevolgen. Het juridisch loket heeft eiseres doorverwezen naar een advocaat. In die omstandigheden is niet zonder meer inzichtelijk in hoeverre het hier gaat om een belang waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager kan worden overgelaten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bestreden besluit in dit bijzondere geval niet zonder nadere motivering op artikel 12, tweede lid, onder g, van de Wet op de Rechtsbijstand had kunnen baseren. Het beroep van eiseres op het motiveringsbeginsel slaagt dan ook.
De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank zal verweerder opdragen binnen zes weken een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank zal verweerder opdragen de door eiseres betaalde proceskosten en het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Waarvan proces-verbaal,
de griffier rechter
Afschrift verzonden op:
D:B
SB