ECLI:NL:RVS:2013:BZ7602
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gesubsidieerde rechtsbijstand voor niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan politieverhoor
De raad voor rechtsbijstand wees een aanvraag van een niet-aangehouden verdachte om gesubsidieerde rechtsbijstand voorafgaand aan een politieverhoor af, omdat volgens het beleid rechtsbijstand in die fase alleen wordt vergoed via een piketregeling voor aangehouden verdachten.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, gelet op de ernst van het strafbare feit en mogelijke zware gevolgen voor de verdachte. De raad stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte vond dat de raad niet mocht volstaan met verwijzing naar het bestaande beleid, dat aansluit bij jurisprudentie van de Hoge Raad en het EHRM, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen aangehouden en niet-aangehouden verdachten.
Het beroep van de wederpartij op het vertrouwensbeginsel faalde wegens gebrek aan concrete toezeggingen door het bestuursorgaan. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij op gesubsidieerde rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.