ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9230
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering Nederlandse verdachte voor illegale handel in verdovende middelen aan Duitsland ondanks ne bis in idem-verweer
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor illegale handel in verdovende middelen. De verdachte was niet verschenen, maar zijn raadsman was aanwezig. De feiten betreffen exploitatie van cannabisplantages en verkoop van marihuana, deels op Nederlands grondgebied.
De rechtbank stelde vast dat de feiten strafbaar zijn in Nederland en dat de garantie is gegeven dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden ondergaan. Hoewel de verdediging een ne bis in idem-verweer voerde, oordeelde de rechtbank dat de verdachte niet eerder voor deze feiten was veroordeeld. De rechtbank wees ook bezwaren tegen de strafmaat af omdat deze niet door haar beoordeeld kunnen worden.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden bestaan die overlevering in de weg staan. Daarom werd de overlevering aan de Duitse autoriteiten toegestaan, zonder mogelijkheid tot beroep tegen deze beslissing.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe voor strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen.