ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0713
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking parkeervergunning wegens aanwezigheid stallingsplaats bij woning
Eiser woont in de wijk Slotervaart te Amsterdam en beschikt over een garageberging bij zijn woning. Verweerder heeft de parkeervergunning van eiser ingetrokken omdat hij over een stallingsplaats beschikt, wat volgens de Parkeerverordening het recht op een vergunning uitsluit. Eiser betoogde dat zijn garageberging een berging is en niet geschikt voor het stallen van een auto, mede vanwege de afmetingen en overlast voor buren, en verwees naar vergelijkbare gevallen in de buurt waar vergunningen wel waren verleend.
De rechtbank stelt vast dat de definitie van stallingsplaats in de Parkeerverordening primair afhangt van de juridische en feitelijke bestemming van de ruimte en niet van de feitelijke maatvoering of het daadwerkelijke gebruik. Juridische documenten zoals taxatieverslagen zijn niet leidend. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit standpunt ondersteunt.
Verder oordeelt de rechtbank dat het beleid van verweerder om het gebruik van een stallingsplaats voor andere doeleinden dan het stallen van een auto voor risico van de bewoner te laten komen, niet onredelijk is. De door eiser aangevoerde gelijkheidsgrond faalt omdat vergelijkbare bewoners ontheffingen op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens hebben gekregen, wat juridisch anders is dan een vergunning. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de parkeervergunning is rechtmatig verklaard en het beroep ongegrond verklaard.