ECLI:NL:RBAMS:2012:BW3250
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling advocaatnota bij dreigend faillissement niet vernietigd op grond van actio pauliana
De curator in het faillissement van een besloten vennootschap vorderde betaling van een advocaatnota die door de vennootschap was voldaan kort voordat het faillissement werd uitgesproken. De curator stelde dat de betaling paulianeus was en vernietigd moest worden op grond van artikel 47 Faillissementswet Pro, omdat de betaling de andere schuldeisers benadeelde.
De advocaat had werkzaamheden verricht die gericht waren op het voorkomen van het faillissement, waaronder advies over de overgang van onderneming van werknemers. De betaling van de nota vond plaats nadat de advocaat namens de vennootschap het faillissement had aangevraagd. De curator bood een redelijke vergoeding aan voor de werkzaamheden in verband met de faillissementsaanvraag, maar de advocaat ging hier niet op in.
De rechtbank oordeelde dat de betaling niet onzorgvuldig was jegens de overige schuldeisers, omdat de werkzaamheden in het teken stonden van het voorkomen van het faillissement en het maatschappelijk belang dat een bedrijf juridische bijstand moet kunnen krijgen in zo'n situatie. De curator werd niet-ontvankelijk verklaard jegens de tweede gedaagde entiteit en de vordering werd afgewezen. De curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator tot vernietiging van betaling van de advocaatnota wordt afgewezen en de curator wordt niet-ontvankelijk verklaard jegens de tweede gedaagde.