ECLI:NL:RBAMS:2012:BW5218
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding voor overlast door langdurige onderhoudswerkzaamheden in woonruimte
De huurders vorderden een vergoeding voor hinder en overlast veroorzaakt door twee langdurige onderhouds- en verbeteringstrajecten aan hun flatwoningen in Amsterdam. De werkzaamheden betroffen onder meer asbestsanering, buitenschilderwerk, vervanging van standleidingen en aanpassingen aan hang- en sluitwerk.
De kantonrechter stelde vast dat de huurders gedurende de werkzaamheden niet het normale ongestoorde genot van het gehuurde hadden, wat een immaterieel nadeel oplevert. Echter, een huurprijsvermindering wegens overlast kon niet worden toegekend omdat de huurders hun vordering niet binnen de wettelijke vervaltermijn van zes maanden hadden ingesteld.
Daarnaast oordeelde de rechter dat een vergoeding voor immaterieel nadeel op grond van artikel 7:208 BW Pro in combinatie met artikel 6:106 BW Pro niet toekwam, omdat de situatie niet voldeed aan de restrictieve criteria voor immateriële schadevergoeding.
Ten slotte verwierp de kantonrechter de vordering op basis van het schriftelijke beleid van de verhuurder, de zogenaamde Kaderafspraken, omdat onvoldoende was komen vast te staan dat deze afspraken individuele rechten aan huurders toekennen. De vordering werd daarom afgewezen en de huurders werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de huurders tot vergoeding van overlast wordt afgewezen wegens niet-naleving van de vervaltermijn en onvoldoende grondslag in het beleid van de verhuurder.