ECLI:NL:RBAMS:2012:BW7862
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorarrest wegens vrees voor oneerlijk proces
Eiser is sinds augustus 2006 in voorarrest vanwege verdenking van medeplegen moord en zit inmiddels bijna zes jaar vast. Hij verzoekt de rechtbank om zijn voorlopige hechtenis op te heffen, stellende dat de duur en het ontbreken van hoger beroep tegen verlengingen onrechtmatig zijn en dat hij een oneerlijk proces vreest vanwege vermeende vooringenomenheid van de strafkamer en de voorzitter.
De rechtbank overweegt dat hoewel de voorarrestduur uitzonderlijk lang is, het wettelijke systeem voorziet in toetsing door de strafrechter en dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens geen verplichting tot hoger beroep tegen verlenging van voorlopige hechtenis bevat. De vrees voor vooringenomenheid is onvoldoende onderbouwd en kan niet door de voorzieningenrechter worden beoordeeld omdat dit een verkapt hoger beroep zou zijn.
De rechtbank wijst het verzoek af en beveelt eiser proceskosten te betalen. Tevens wordt opgemerkt dat eiser nog een wrakingsverzoek kan indienen tegen de strafkamer. De rechtbank benadrukt dat de lange voorarrestduur bij een eventuele veroordeling in de strafmaat kan worden betrokken.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van het langdurige voorarrest wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.