ECLI:NL:RBAMS:2012:BW7899
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- L.C. Bachrach
- A.J. Bongers-Scheijde
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid staatssecretaris tot handhaving compensatieplicht bij vertragingsschade luchtvaartpassagiers
De rechtbank Amsterdam behandelt twee zaken waarin luchtvervoerders KLM en ArkeFly bezwaar maken tegen handhavingsbesluiten van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Deze besluiten verplichten hen compensatie te betalen aan passagiers van langdurig vertraagde vluchten volgens het Sturgeonarrest van het Hof van Justitie EU.
De kern van het geschil betreft de vraag of artikel 7 en Pro 16 van Verordening (EG) nr. 261/2004, in samenhang met het beginsel van unietrouw, de staatssecretaris een bevoegdheid of verplichting geven om handhavend op te treden tegen luchtvervoerders die compensatie weigeren, ook al kunnen passagiers zelf via civiele procedures schadevergoeding vorderen op grond van het Verdrag van Montreal.
De rechtbank overweegt dat het Sturgeonarrest compensatieplicht bevestigt, maar dat het niet zonder meer volgt dat de staatssecretaris bestuursrechtelijk kan optreden met last onder dwangsom. De compensatie betreft een civielrechtelijke schadevergoeding en er is geen expliciete wettelijke grondslag voor bestuursrechtelijke handhaving van deze compensatieplicht. De rechtbank vraagt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de reikwijdte van de handhavingsbevoegdheid en de toepasbaarheid van bestuursrechtelijke dwangsommen.
Totdat het Hof uitspraak doet, wordt de verdere behandeling van de zaken aangehouden. De uitspraak is van belang voor de handhaving van passagiersrechten en de rol van bestuursrechtelijke instrumenten in de luchtvaartconsumentenbescherming.
Uitkomst: De rechtbank houdt de behandeling aan en verzoekt het Hof van Justitie EU prejudiciële vragen te beantwoorden over de handhavingsbevoegdheid van de staatssecretaris.