ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8962
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- N.J. Koene
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Polen ondanks betwisting betekening dagvaarding
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse vrouw aan het Regional Court in Poznan, Polen, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd in verband met de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden. De opgeëiste persoon betwistte dat zij de dagvaarding voor de zitting van 21 november 2007 persoonlijk had ontvangen en voerde aan dat dit een weigeringsgrond zou vormen op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW).
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en stelde vast dat de dagvaarding wel degelijk persoonlijk was betekend, zoals bevestigd door de uitvaardigende justitiële autoriteit. De rechtbank oordeelde dat de enkele ontkenning van de betekening niet voldoende was om aan deze juistheid te twijfelen. Tevens werd geoordeeld dat de beslissing tot omzetting van een voorwaardelijke in een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf niet onder de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro valt.
Verder voerde de raadsvrouw van de opgeëiste persoon aan dat sprake was van een flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro, omdat de veroordeling was gebaseerd op een plea agreement zonder adequate rechtsbijstand. De rechtbank verwierp dit verweer wegens gebrek aan onderbouwing en omdat de opgeëiste persoon de mogelijkheid had om dit aan de Poolse strafrechter voor te leggen.
De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet, dat geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en dat de overlevering dient te worden toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.